Algemene beschouwingen Kadernota 2018 – 2020

“Kleine helden”, noemt Almudena Grandes ze. De inwoners van de stad, gewone mensen (maar wat is gewoon?). Ze maken in al hun veelkleurigheid de stad tot wat die is. Niet wij, het stadsbestuur, zij doen dat. De meesten doen dat zelfstandig, met elkaar. Anderen hebben soms, of meer structureel, wat hulp nodig om mee te doen in de samenleving. En daarvoor zijn wij er dan, het stadsbestuur. En we hebben nog een functie: we schetsen het toekomst perspectief van de stad. Want wat moet je nu zonder perspectief?

Burchtkamp

Een belangrijk middel daartoe is de begroting. Daarin bepalen we immers wat we waard vinden om ons geld aan uit te geven. Deze en komende week discussiëren we over de kaders daarvoor. Als het gaat om de tekst, geeft het college redelijk helder richting. De “tale of two cities” herkennen we in zekere zin. We delen de (wat impliciet geformuleerde) ambitie om de ongelijkheid te verminderen.

We zijn blij met de voortzetting van de inzet op de intensiveringsvelden. Maar het college maakt het ons in financiële zin moeilijk: ze geeft niet aan welke financiële ruimte er verwacht wordt. En dat leidt er toe dat we het moeten doen met stortingen in reserves en op nog al wat punten niet zo heldere prioriteitenlijstjes, waarvan de uiteindelijke betekenis nog volstrekt ongewis is. Het valt wel op dat daar weer heel wat personele voorstellen bij zitten. Bijna €1 mln de komende twee jaar en de helft daarvan structureel. Ons is niet duidelijk in hoeverre dat echt noodzakelijk is, mede gezien de veranderende rol van de overheid, en daarmee van het werk. We steunen een D66 motie daarover.

Op een aantal punten kunnen we ons goed vinden in ideeën die nu worden neergelegd. Voorbeelden daarvan zijn: één helder toegangspunt in het sociaal domein, investeren in onze nieuwe natuur (we delen niet de opvatting van de VVD dat we dat meteen maar weer moeten verbreden tot allerlei andere zaken), de intensivering van de aandacht voor jongeren, indexatie van de gesubsidieerde instelling (schande, dat dat zo lang niet gebeurde overigens), geld voor ruiterpaden (voldoende?), andere aandacht voor het veiligheidsdossier en extra inzet op meedoen door burgers. Op dat laatste punt mag er van ons zeker op wijkniveau nog een schepje boven op. Daarom doen we mee met de motie van de PvdA daarover.

De financiële onduidelijkheid, de soms nogal vage of ontbrekende relatie met beleid en intensiveringsvelden en onze wens om ook wat geld te willen reserveren voor de resultaten straks van de motiemarkt leiden ons tot twee amendementen. Daarin stellen we voor de prioriteiten nu niet vast te stellen, maar straks aangevuld met voorstellen uit deze raad en de motiemarkt, van het college te vragen bij de begroting met een meer beleidsmatige weging te komen. Ik zag dat ook D66 en CU aan zoiets werken. Komen we vast uit samen.

Het zit ons dwars dat het college het hoofd in de schoot legt mbt de tekorten in de parkeerexploitatie. Die €300.000 per jaar is toch veel nuttiger te besteden. Daarom doen we bij motie voorstellen om een paar concrete ideeën uit te werken.

Misschien wel ons belangrijkste voorstel dit keer is een motie om te gaan werken aan een visie op natuur en landschap. We hebben geen helder beleidskader op dat punt. En dat leidt tot een gebrek aan samenhang in de afwegingen die worden gemaakt. Kleinere natuurgebieden en vooral ook de ecologische verbindingszones worden daarvan gemakkelijk de dupe. En dat terwijl die cruciaal zijn voor de groene en blauwe kwaliteit van onze gemeente. Zeker nu het werken aan de Omgevingsvisie van start gaatis zo’n visie onontbeerlijk. Niet om andere ontwikkelingen te beperken, maar om ze op de goede manier te laten plaats vinden. Voor een vollediger argumentatie verwijs ik graag naar onze schriftelijke bijdrage in de bundel.